De schreeuw naar echt

Lodi Planting Inspiratie, Persoonlijke ontwikkeling 0 Comments

Ik neem jullie mee terug naar de zomer van 1996. Althans in mijn beleving hebben de komende gebeurtenissen toen plaatsgevonden, maar het kan evengoed in 2001 of 1987 zijn. Kortom het exacte jaartal is niet van zondanige belangrijkheid. Veronderstel dat ik een ander jaartal had genoemd, denk je dat het dan enige invloed zou hebben gehad op de rest mijn verhaal? “Ik denk van niet,” antwoord ik retorisch. Dus ik had evengoed een ander jaartal kunnen noemen of helemaal geen jaartal? “Dat had gekund ja,” stel ik. Waarom ik dan toch een jaartal noem? “Waarschijnlijk om jullie te choqueren, te verwarren (…) maar tegelijkertijd voelde ik mij verplicht een jaartal te noemen (…) ik dacht dat jullie dat van mij verwachtte (…) maar als ik jullie op een of andere manier heb gekwetst wil ik bij dezen mijn excuses aanbieden (…) even goede vrienden?” “Nee,” antwoordt jij. “Maar dit is toch geen reden om je druk te maken en te beginnen schreeuwen?” ga ik verder. “Laat staan om ‘echt’ beginnen te schreeuwen voor niets?” “‘Echt’”, zeg je. Maar wat is ‘echt’ eigenlijk? En waarom zou iemand daar naar schreeuwen?

Deze volslagen onnuttige inleiding brengt mij zomaar tot een waargebeurde situatieschets uit mijn fijne vakantieherinneringen. Ik reed samen met mijn ouders over de “route du soleil” richting het warme zuiden (lees: extreme zuiden) en ik weet niet hoe het bij jullie zit bij dergelijke extreme hitte, maar ik krijg dan een enorme dorst die gelest moet worden. Gelukkig had mijn liefkozende moeder hieraan gedacht. Ze had vruchtensiroop aangelengd met water en dit in mijn Mickey Mouse thermoskannetje gedaan zodat het koud zou blijven. Het was echter zo warm dat de hitte via het asfalt omhoog ‘dwarrelde’. Fruittella’s bleven aan hun papiertjes plakken en zelfs de zon verlangde naar een vleugje wind of misschien wat motregen. Dit alles had tot gevolg dat mijn ‘koude’ aanmaaklimonade allang niet koud meer was, maar zich veeleer in een ver ontbindende staat van vegetatie bevond waar de hond van de buren juist overheen had geplast, zodat de waterdamp omhoog stijgt en het zure regen veroorzaakt. Goor. Degoutant. Ofwel ik ging over mijn nek van de ‘lauwe pis’ dat in mijn thermoskannetje zat en werd oprecht boos daar dit de enige drank zou zijn die ik kreeg. Gierigaards. Mijn woede ontaarde zich in een geroep en getier van jewelste met “een schreeuw naar echt” tot gevolg.

In dit ludieke voorbeeld kun je dus stellen dat (1) ‘echt’ een echt koude drank is waarbij ik letterlijk heb geschreeuwd. Dit dekt echter niet de hele lading van ‘echt’, want vanuit een meer dieperliggende gedachte kun je ook stellen dat (2) naar iets streven vanuit een buikgevoel – een roeping – ‘echt’ is of op zijn minst kan zijn.

Onder de letterlijke geponeerde stelling vallen eveneens voorbeelden als: kiezen tussen Huismerk Cola en ‘echte’ Coca-Cola; kiezen tussen tweedehands kleren en ‘echte’ merkkledij; (…) en andere producten die het leven gemakkelijker maken dankzij keuzes. “As I typ” realiseer ik me dat ‘echt’ iets subjectiefs is, aangezien ik evengoed ‘echt’ voor bijvoorbeeld tweedehands had kunnen zetten zonder enig effect van waardeverlies. Het moge duidelijk zijn, dat deze absurde voorbeelden geen definitie geven van het ‘echt’ dat ik bedoel.

Sla er een willekeurig woordenboek op na en je ondervindt dat je deze evenmin in een woordenboek terugvindt. ‘Echt’ volgens het woordenboek is gelieerd aan een huwelijk én dat terwijl in mijn voorbeeld of intentie geen bruidstaarten, bruiden, bruidegommen (…) en openingsdansen tussen vader en dochter te pas komen. Het ‘echt’ dat ik bedoel hangt dus samen met een gevoel. Mijn gevoel. Een gevoel dat streeft (lees: schreeuwt) naar iets wat ‘echt’ is. Maar hoe kun je naar iets streven wat niet is te definiëren in een almachtig en omvattend begrip?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *