Geluk in Woensel-West

Lodi Planting Inspiratie Leave a Comment

Ik ben opgegroeid in het zuidelijke Noord-Brabant (leuk als je hierover begint na te denken). Brabant, voor de Nederlanders, staat bekend om hun gezelligheid mede dankzij carnaval, hun zachte “g” hoewel dat voor Belgen onwaarschijnlijk lijkt, de voetbalclub PSV, verschillende musea, natuurgebieden, thuishaven van verscheidene BN’ers en om tal van andere redenen.

Echter voor zij die geografisch onderlegt zijn: Noord-Brabant is een provincie. Dus in feite ben ik in een van Eindhovens (Nederland) bekendste en beruchtste wijken zijnde Woensel-West opgegroeid. Deze wijk wordt door buitenstaanders omschreven als “een vijandige volksbuurt met tal van criminele activiteiten en bijbehorende criminelen”. Het is zo’n buurt waar je van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat voetbalt tussen de cocainespuiten en zwervers; waar je broer tegelijkertijd je vader blijkt te zijn; waar schelden, pesten en vechten normale omgangsvormen zijn; waar hoeren zichzelf verkopen achter een raam of op straat; waar je er niet bij hoort zonder kind op je 18e; waar, enfin je hebt een beeld. […] Ik heb er ooit eens gedichtje over geschreven en gepost:

Antilliaanse drugsdealers,
op spuug voortbewegende gepikte skeelers,
seropositieve prostituees,
achtjarige jongens met een hakmes zonder vrees,
achterstandswijk gekenmerkt door veelvoudige beroving,
gelijkaardige eenpersoons sociale woningen,
overal geweld, schietpartijen en messteken,
een 16-jarige gast aan een overdosis smarties bezweken,
cocaïnespuiten en multiculturaliteit,
van vrouwen met meer snor dan mij krijg ik het schijt,
dit is hoe ik mijn oude buurt ervoer,
Woensel West op zijn best,
wie weet het verschil tussen een straat en een stoephoer?

Op deze ludieke manier heb ik geprobeerd een beeld te schetsen waar mijn oorsprong ligt. Het moge duidelijk zijn dat er weinig moraal ronddoolt, de levensstandaard laag is, geluk in hele kleine of – juist – hele abstracte dingen zit, de sociale controle heel hoog is, er geen ambitie heerst, weinig talent vandaan komt en het is ook niet bepaalt de wijk (misschien wel stad) waar je onderwezen wordt. Laat staan theologisch gedachtegoed meekrijgt, want het goddelijke in Woensel-West rijkt niet verder dan “G*dverdomme” als er weer iets tegenzit.

Natuurlijk heb je uitzonderingen (ook voor bovenstaande), maar toch zijn de meesten er erg gelukkig. Maar wat is geluk? Wie bepaalt wat geluk is? En wat maakt hun gelukkig? Af en toe staat er iemand op uit eigen beheer, wint aan Nederlandse bekendheid, krijgt zeggenschap en laat dan zijn visie los op Woensel West. Denkend aan de Eindhovense gangster rapper Kempi (ironisch, want buurtbewoners zien hem helemaal anders) of wijlen Roland Smeenk (van Teeuwen en Smeenk), die hun visies gaven op Woensel-West en meestal komen zij, na een hoop gemopper, tot de conclusie dat het zo slecht nog niet is.

Maar hoe is dat mogelijk als je het bovenstaande erop naleest? Mijn inziens komt het erop neer, en dat is misschien wel luguber om te stellen, dat zij – de inwoners van Woensel-West – gevangen zitten in hun zelf gecreerde wereld, waarbij zij doordrongen zijn, geconditioneerd – door ouders en vrienden, maar vooral door de televisie – en geleefd worden door bekrompen gedachten. Zij hebben geen realistisch beeld van de wereld en kunnen dat niet hebben, omdat zij de wereld niet kennen. Kun je dan oprecht zeggen dat je gelukkig bent? Het kromme zit hem niet in het al dan niet durven uiten van je gelukkigheid, maar in de definitie van geluk.

Een eenduidige definitie van geluk opstellen is onmogelijk aangezien iedereen geluk subjectief interpreteert. Dat is ook de reden waarom ik anders tegen Woensel-West aankijk, dan vrienden en familie die er nog steeds wonen. Ik weet dat het anders kan en daarom heb ik (en kon ik) mijn definitie van geluk aanpassen aan mijn nieuwe omgeving, die niet overeenstemt met het “gelukkige” beeld van Woensel-West.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *