Vrijheid van meningsuiting: een Stem [ part 2/2 ]

Lodi Planting Persoonlijke ontwikkeling 1 Comment

De vrijheid van meningsuiting, zowel geschreven als mondeling, is het delicaat geworden en grondwettelijk geregeld stokpaardje van een democratie als Nederland en/of België. Daarnaast – in meer praktische woorden – is het een ‘medium’ dat aan elke inwoner van een democratie toebehoort. Iedereen is dus “vrij” om te zeggen wat hij[1] vindt.

Het zal jullie niet ontgaan zijn dat vrij staat hier tussen aanhalingstekens staat. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland, België (na recente betogingen tegen de islamisering van het Westen) – en wellicht ook in de rest van de democratische en niet-democratische wereld – een genuanceerd begrip geworden. Genuanceerd in die zin dat – na de brute moorden op de cineast/schrijver/columnist Theo van Gogh en politicus/homo Pim Fortuyn – men uit angstgevoelens tweemaal nadenkt om daadwerkelijk zijn mening te verkondigen.

Ik schrijf hierover – enerzijds – naar aanleiding van het gastoptreden van Hans Teeuwen (HT) in het televisieprogramma: “de meiden van halal”, waarin hij al dan niet te(n) (on)recht(e) wordt beticht van het misbruiken van de vrijheid van meningsuiting. In ieder geval wordt hij schuldig bevonden aan scheldpartijen en beledigen. Ikzelf heb de uitzending helaas niet gezien, maar met dank aan dumpert en tientallen reacties op webblogs bleef ik op de hoogte. Ik vond ondanks de constante doldwaze – maar gespeelde – gekheid van HT, dat hij even vaak onwaarschijnlijk hard de waarheid zegt. Wat een aantal prachtige oneliners – om in de termen van “halal” te blijven – gooit HT in de ether om zijn alom gekende chanson – tijdens een toespraak in Amsterdam betreffende de opening van een monument voor Theo van Gogh – te verdedigen. Volledig in trend – en niet geheel verontwaardigd – maar zelfs de lachende derde (lees: publiek) op zijn hand blijft deze koninginnenneuker uiterst respectvol tegenover de drie maagdelijke zusjes van de NPS. Ik vind het werkelijk prachtig hoe HT de “drie ingepakte lambonbons” inpakt – of was het nu uitpakt – met zijn eenvoudig lijkende en uitgesproken waarheid.

HT en vele andere openbare cabaretière sprekers – als onder andere Theo Maassen – maken veelvoudig gebruik van hun recht op meningsuiting. Ondanks het feit dat zij dit – weliswaar – op geheel eigen wijze uitten blijft, het idee van beiden hetzelfde: gehoord (willen) worden met hun mening, controversiële onderwerpen aansnijden, discussies opwekken, onderwerpen behandelen die politici links of rechts laten liggen, vervreemde figuren in de kijker zetten, doordringen tot ons menselijk bewustzijn, (…) én dit alles met een lachende ondertoon.

Ik zie absoluut de humor en de noodzakelijkheid tot nadenken over de besproken maatschappelijke gebeurtenissen in en – of beter maar – tegelijkertijd besef ik het gevaar van hun controversies: zij, wat slaat op ‘openbare meningsuiters’, woekeren woede aan bij zodanig getroffen en zelfgestigmatiseerde – humorloze – groepen. “Of zij die een monopoly pachten op de waarheid”, zoals HT het omschrijft.

“Huilpartijen” vanwege twaalf tekeningen. Een tegenbetoging tegen de islamisering van de Westerse wereld. Moord vanwege een film. Moord vanwege politieke “voorkeur”. Dit zijn – slechts – meest recente voorbeelden van geuite woede – gepleegd door, vaak, zelfgestigmatiseerde minderheden – die de vrijheid van meningsuiting met zich meenam. En vanwege deze uitingen – die geweldoverschrijdend zijn – houdt de meerderheid van de menselijke bevolking rekening met hun tere zieltjes, door niet hun mening te verkondigen.

Daarom schuilt mijn inziens de noodzakelijkheid voor de vrijheid van meningsuiting in hun verworven publieke positie in de maatschappij. Eens te meer omdat zij – door de overgrote meerderheid – van de – in dit geval Nederlandse bevolking – worden gerespecteerd. Met andere woorden cabaretiers als Theo Maassen, Lebbis en Janssen en in mindere mate Hans Teeuwen (tijdens zijn cabaretshow) worden gehoord door hun toehoorders. Ikzelf ben – als vele anderen – grote toehoorder en aanschouwer van Theo Maassen en fungeer daarom mede als spreekbuis.

Hoewel ik een absolute voorstander ben voor de vrijheid van meningsuiting, maakt bovenstaande die vrijheid tegelijkertijd lastig. Lastig die in zin, dat ik enerzijds schreeuwen om te schreeuwen – even zinloos acht als diegene die tegen de vrijheid van meningsuiting vechten – niet goedkeur en anderzijds stel dat het geen zin heeft om als ongekend – en onbemind – individu je mening te verkondigen. Want wat heeft het voor zin om op te boksen tegen bommengooiers? Wat voor zin heeft het om je mening te zeggen als er niemand luistert? Of als het niemand interesseert? Als er niets mee gedaan kan worden? Als jouw ideeën geen gehoor krijgen?

Een voorbeeld. Wie kan het wat schelen als ik mijn bevindingen weergeef – moest ik alle in en out’s weten – over een van de grondleggers van de filosofie: Plato? Tenzij ik een gerenommeerde naam ben in de filosofiewetenschap en invloed heb verworven in de breedste zin van het woord maatschappij, zal niemand zich buigen over mijn ideeën of er iets van aantrekt. (Of ik moest heel goed kunnen tekenen!) Je kunt nu opgooien dat ik aan grootheidswaanzin lijd. Dat ik internationale erkenning wil voor mijn mening. Maar zelfs nationaal? Of in mijn vriendenkring? Zelfs dan is hét géén evidentie dat mijn mening wordt gehoord. Laat staan geaccepteerd of weerlegd.

Kortom het begrip vrijheid van meningsuiting is het nastreven en het vechten voor meer dan waard. Niettemin is het tweeledig. Enerzijds heeft iedereen het recht – en moet het recht nemen – om te kunnen zeggen/denken wat hij wil. Anderzijds moet het een constructief gedachtegoed zijn, dat een bijdrage levert aan de reeds lopende discussie. Deze bijdrage kan zich in verschillende vormen voordoen: tijdens een discussie opkomen voor je mening, ‘eerlijk’ antwoord geven op een open gestelde vraag, je idealen verwoorden, reageren op maatschappelijke situaties, een tekening maken, (…) een blog schrijven en dergelijke meer.

[1] Waar hij staat kan evengoed zij staan

Comments 1

  1. Hierbij reageer ik op beide delen. We zoeken constant naar de grens van vrijheid van meningsuiting. Cabaratiers hebben wat dat betreft een ongelimiteerde ruimte om dat te exploreren. En terecht. Elke vorm van kunst zou die ruimte moeten toe krijgen. Het debat is soms interesant, maar stagneert dankzij pipo’s die enkel het debat binnenstappen om te schoppen (o.a Wilders met z’n kuttekop) Godzijdank is HT op de werld gezet om ons, dus ook het debat, te redden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *